BMI berekenen en waarom het niet alles zegt
BMI. Drie letters die je waarschijnlijk wel eens hebt gezien op de weegschaal bij de huisarts, in een gezondheidsapp, of in een online calculator. Je vult je gewicht en lengte in, er rolt een getal uit, en vervolgens word je ingedeeld in een categorie: ondergewicht, normaal gewicht, overgewicht, of obesitas. Maar hoe betrouwbaar is dat getal eigenlijk? En wat zegt het echt over je gezondheid?
Wat is BMI precies?
BMI staat voor Body Mass Index. Het is een formule die in de 19e eeuw werd ontwikkeld door de Belgische wiskundige Adolphe Quetelet. De berekening is simpel:
BMI = gewicht (kg) / lengte (m) x lengte (m)
Een persoon van 80 kilo en 1,80 meter heeft dus een BMI van 80 / (1,80 x 1,80) = 24,7.
De World Health Organization (WHO) hanteert de volgende categorieen:
- Onder 18,5: Ondergewicht
- 18,5 - 24,9: Normaal gewicht
- 25,0 - 29,9: Overgewicht
- 30,0 en hoger: Obesitas (klasse I: 30-34,9, klasse II: 35-39,9, klasse III: 40+)
Waar BMI nuttig is
BMI is oorspronkelijk ontwikkeld als bevolkingsstatistiek, niet als individuele diagnose. En op bevolkingsniveau werkt het prima. Als de gemiddelde BMI van een populatie stijgt, stijgen de gezondheidsrisico's mee - dat verband is goed onderbouwd. Artsen gebruiken BMI als een eerste screening: een snelle, goedkope indicator die in een paar seconden te berekenen is.
Voor de gemiddelde persoon die niet regelmatig traint en een doorsnee lichaamssamenstelling heeft, geeft BMI een redelijke indicatie. Als je BMI 32 is en je doet geen krachttraining, dan is de kans groot dat je inderdaad te veel lichaamsvet draagt. In die context is BMI een nuttige wake-up call.
De beperkingen van BMI
Maar hier komt het probleem. BMI maakt geen onderscheid tussen spiermassa en vetmassa. Het meet alleen de verhouding tussen je totale gewicht en je lengte. En dat levert situaties op die nergens op slaan:
- Spiermassa - Een gespierde persoon van 1,80m en 95 kilo heeft een BMI van 29,3 - "overgewicht" volgens de tabel. Maar als dat gewicht grotendeels uit spiermassa bestaat, is er geen gezondheidsrisico. Sterker nog, meer spiermassa is geassocieerd met een langer en gezonder leven.
- Leeftijd - Oudere volwassenen verliezen spiermassa en winnen vetmassa, ook als hun gewicht gelijk blijft. Een 70-jarige met een BMI van 24 kan een veel hoger vetpercentage hebben dan een 30-jarige met dezelfde BMI.
- Etniciteit - Onderzoek door de WHO toont aan dat Aziatische populaties bij een lagere BMI al verhoogde gezondheidsrisico's hebben. De standaard BMI-drempels zijn gebaseerd op voornamelijk Europese data en zijn niet universeel toepasbaar.
- Geslacht - Vrouwen hebben van nature een hoger vetpercentage dan mannen bij dezelfde BMI. De categorieen maken geen onderscheid.
- Vetverdeling - Waar je vet zit, maakt meer uit dan hoeveel je hebt. Visceraal vet (rond je organen, in je buikholte) is veel gevaarlijker dan onderhuids vet op je heupen of bovenbenen. BMI zegt hier niets over.
Nuttall (2015) vatte het treffend samen in zijn kritische review: BMI is een grove maat die op individueel niveau misleidend kan zijn. Hij pleit voor het gebruik van aanvullende metingen om een completer beeld te krijgen.
Betere alternatieven voor BMI
Als BMI niet het hele verhaal vertelt, wat dan wel? Hier zijn drie alternatieven die meer informatie geven:
1. Middelomtrek (taille-omtrek)
Meet de omtrek van je taille op navelhoogte. Dit is een directe indicator van visceraal vet - het gevaarlijke vet rond je organen.
- Mannen: boven 94 cm is verhoogd risico, boven 102 cm is sterk verhoogd risico
- Vrouwen: boven 80 cm is verhoogd risico, boven 88 cm is sterk verhoogd risico
De middelomtrek is eenvoudig te meten, gratis, en geeft meer informatie over je gezondheidsrisico dan BMI alleen.
2. Taille-heup ratio
Deel je taille-omtrek door je heupomtrek. Een taille-heup ratio boven 0,90 voor mannen of boven 0,85 voor vrouwen duidt op een appelvormige vetverdeling, die gepaard gaat met hogere gezondheidsrisico's.
3. Vetpercentage
De meest informatieve meting, maar ook de lastigste om nauwkeurig te doen. Methodes variieren van huidplooimeting (redelijk nauwkeurig met een ervaren meter) tot DEXA-scan (gouden standaard, maar duur). Smartwatches en bioimpedantieweegschalen geven een schatting, maar kunnen er 3-5% naast zitten.
Romero-Corral en collega's (2008) onderzochten de relatie tussen BMI en vetpercentage bij meer dan 13.000 volwassenen. Ze vonden dat BMI bij 48% van de vrouwen en 25% van de mannen obesitas miste - deze mensen hadden een "normaal" BMI maar een te hoog vetpercentage. Andersom werden vooral gespierde mannen onterecht als overgewicht geclassificeerd.
Een genuanceerde benadering
De beste aanpak is een combinatie van metingen:
- BMI als eerste screening - Is het getal extreem (boven 35 of onder 17)? Dan is actie sowieso nodig, ongeacht andere metingen.
- Middelomtrek voor vetverdeling - Dit vertelt je of je vet op een risicovolle plek zit.
- Spiegel en functie - Hoe voel je je? Kun je een trap oplopen zonder buiten adem te raken? Kun je spelen met je kinderen? Gezondheid is meer dan een getal.
- Bloedwaarden - Cholesterol, bloedsuiker, bloeddruk. Deze waarden vertellen het echte verhaal over je metabole gezondheid.
Wanneer naar de huisarts?
BMI is een startpunt, geen eindoordeel. Maar er zijn situaties waarin het verstandig is om je huisarts te raadplegen:
- Je BMI is boven 30 en je hebt geen significante spiermassa
- Je BMI is onder 18,5 en je bent onbedoeld afgevallen
- Je middelomtrek is boven de risicogrens
- Je hebt een familiegeschiedenis van diabetes of hart- en vaatziekten
- Je maakt je zorgen over je gewicht of eetpatroon
Praktisch advies
Focus niet op een getal. Focus op gezonde gewoonten. Beweeg regelmatig - liefst een combinatie van krachttraining en cardio. Eet voldoende groenten, fruit, eiwit en vezels. Slaap genoeg. Beheer je stress. Als je die dingen consequent doet, volgt een gezond gewicht vanzelf - ongeacht wat de BMI-calculator zegt.
En als je gespierd bent en je huisarts zegt dat je "overgewicht" hebt op basis van je BMI? Glimlach, bedank ze voor hun bezorgdheid, en vraag om een taille-omtrekmeting. Die vertelt het echte verhaal.
Wil je weten wat jouw ideale gewicht is? Steev kijkt verder dan BMI.
Start op WhatsAppLees ook
Bronnen
- World Health Organization. (2000). Obesity: preventing and managing the global epidemic. WHO Technical Report Series, 894.
- Nuttall, F. Q. (2015). Body mass index: obesity, BMI, and health: a critical review. Nutrition Today, 50(3), 117-128.
- Romero-Corral, A., Somers, V. K., Sierra-Johnson, J., Thomas, R. J., Collazo-Clavell, M. L., Korinek, J., ... & Lopez-Jimenez, F. (2008). Accuracy of body mass index in diagnosing obesity in the adult general population. International Journal of Obesity, 32(6), 959-966.